Een korte politieke geschiedenis

tot aan de sociaal-groene beweging 

Er was eens ..

Eens was er … de heerser, de koning, keizer of hertog. Zij maakten de dienst uit met hulp van adel en een leger. En meestal ook mensen van de kerk. Maar dit is geen sprookje. Alleen in het oude Griekenland werd een poging tot democratie gedaan. Maar zelfs hierbij had de grote massa weinig in te brengen. Alles moest blijven zoals het was: het conservatisme.

Revoluties: liberalisme

Aan het einde van de Middeleeuwen ontstonden de eerste bewegingen vanuit ‘lagere’ bevolkingsgroepen. Dit onder invloed van boekdrukkunst, kunst en handel. Meer mensen konden nu rijk of invloedrijk worden. De invloed van de kerk nam af. Maar pas aan het einde van de 18e eeuw werden via revoluties koning en adel bestreden (1789: Franse Revolutie). Binnen een bepaalde slimme laag onder de bevolking werd het Liberalisme geboren. Een politiek én economisch Liberalisme: laat alles vrij, geef de bevolking invloed, en het komt wel goed.

Deze beweging werd dus door een zekere elite op gang gebracht. Maar deze mensen kwamen op voor iedereen.

Communisme

Het economisch Liberalisme bracht nieuwe problemen met zich mee. Boeren werden arbeiders, maar kregen slecht betaald en leefden in slechte huizen. En werden niet oud. Sommige andere mensen werden er juist (erg) rijk van. Dit werden de nieuwe conservatieven. Zij werden de nieuwe adel. En werden de baas van het leger.</p

Weer stond er een groep mensen op die hier tegenin gingen. Marx is daar een voorbeeld van. Volgens hem zou het Communisme door opstanden van het volk uiteindelijk overwinnen. Maar dit zou van bovenaf gestuurd moeten worden (wat in Rusland ook uiteindelijk gebeurde) en aan iedereen opgedrongen. Eigen initiatief werd ontmoedigd.

Sociaal – Democratie

Na het drama van de 1ste wereldoorlog ontstonden in meer en meer landen sociale bewegingen. Met meer democratie: stemrecht voor iedereen. De sociaaldemocratie wilde het goede van het liberalisme behouden: vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, persoonlijk initiatief etc). Maar de SociaalDemocratie wil bijsturen op vooral het economisch liberalisme.  Omdat dát altijd leidt tot grotere verschillen tussen arm en rijk. De sociaaldemocratie was altijd een samenwerking tussen mensen die gestudeerd hebben (en vaak zelf welvarend waren) met de arbeiders in die tijd. Deze ‘elite’ was onmisbaar.

Sociaaldemocratische bewegingen hebben énorme vooruitgang geboekt. Zíj zorgden voor sociale wetten, beter lonen, betere huisvesting. En dit ondanks tegenwerking van economische elites en vaak ook de kerk. Hoewel veel kerken de sociale beweging ook steunden.

Meer over de geschiedenis van de SociaalDemocratie in deze video:

Neo-Liberalisme

Ondanks de grote successen van de sociaal-democratie kreeg het liberalisme vanaf de jaren 80 weer de overhand: het neo-liberalisme. Het neo-liberalisme ziet de overheid als een probleem, als een ‘sta-in-de-weg’. ‘Geen gezeik, iedereen rijk’ was grappig bedoeld, maar werd wel het onderliggende sentiment. Terwijl zeker niet iedereen rijk werd. De algehele welvaart nam toe, maar lang niet voor iedereen. En de natuur betaalt een grote prijs.

Sociaal-Groene Democratie

Deze toegenomen welvaart kent dus een andere kant. Een andere kant die we niet kunnen negeren. De wereld dreigt ernstig vies te worden. Het klimaat is aantoonbaar aan het veranderen. Ook hier zijn het ‘elites’ die ons al jaren waarschuwen. Vooral wetenschappers. Én met oplossingen komen. Juist een Sociaal-Groene beweging moet ervoor zorgen dat deze oplossingen ook sociaal zijn. De vervuilers moeten meer gaan betalen. Er moet bijvoorbeeld een energietarief komen, waarbij mensen die (veel) meer verbruiken ook (veel) meer gaan betalen. De belasting op arbeid kan dan omlaag. Er zijn veel mogelijkheden om huizen, industrie en landbouw ‘groener’ te krijgen op een eerlijke manier.

Tegenwerking

Sociaal-groene geluiden krijgen ook nu veel tegenwerking. Conservatieve krachten onderschatten het belang van een schone economie. Populisten onder hen ontkennen het zelfs helemaal en blijven geloven in het hele conservatieve sprookje van Westers (witte) superioriteit. Het liefste met een ‘sterke leider’. Maar sterke leiders hebben de wereld nooit veel goeds gebracht. Samenwerking en het proberen van nieuwe ontwikkelingen wél.

De Sociaal-groene beweging is zo’n ontwikkeling. Deze is nog niet vormgegeven in een nieuwe (grote) partij en daarvoor wordt het nu wel de hoogste tijd.